Naar de inhoud
Normalex

Zoek een tool of een gids

← Alle gidsen

De antiwitwaswet en de advocaat: toepassingsgebied, waakzaamheid en melding

De verrichtingen van art. 5, §1, 28°, de grens tussen advies en verrichting, de beoordeling van elke cliënt, de verplichte verhoogde waakzaamheid en de meldingsweg via de stafhouder.

Bijgewerkt op 7 oktober 2026

Witwasrisicobeoordeling van een cliënt

De kern

  • De advocaat valt alleen voor bepaalde verrichtingen onder de wet van 18 september 2017: aankoop of verkoop van onroerende goederen of ondernemingen, beheer van geld of rekeningen van de cliënt, inbreng, oprichting of beheer van vennootschappen en trusts, en handelingen in naam van de cliënt bij een financiële of vastgoedtransactie (art. 5, §1, 28°).
  • Verdediging in rechte en juridisch advies vallen erbuiten. In een dossier dat eronder valt, ontslaan ze alleen van bepaalde plichten, nooit van de identificatie.
  • Voor elk dossier binnen het toepassingsgebied beoordeelt de advocaat het risico van de cliënt en de verrichting (art. 19) en stemt hij de waakzaamheidsmaatregelen daarop af. Hij moet dat aan de stafhouder kunnen aantonen.
  • Verhoogde waakzaamheid is verplicht voor derde landen met een hoog risico (art. 38), staten met lage belastingen (art. 39) en politiek prominente personen (art. 41).
  • Een vermoeden meldt u aan de stafhouder van uw Orde, die het aan de CFI bezorgt (art. 52).

De antiwitwasrisicobeoordeling van een cliënt past die regels toe op een dossier en maakt een gedateerde dossiernota, zonder dat gegevens van de cliënt uw toestel verlaten.

Wanneer valt de advocaat onder de wet?

Art. 5, §1, 28° viseert de advocaat bij de uitoefening van zijn gereglementeerde beroepsactiviteit in twee situaties. Ten eerste wanneer hij zijn cliënt bijstaat bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen over:

  • de aankoop of verkoop van onroerende goederen of handelsondernemingen;
  • het beheer van geld, effecten of andere activa van de cliënt;
  • het openen of beheren van bankrekeningen of portefeuilles;
  • de organisatie van de inbreng die nodig is om vennootschappen op te richten, te exploiteren of te beheren;
  • de oprichting, het beheer of de leiding van vennootschappen, fiducieën, trusts, stichtingen of soortgelijke structuren.

Ten tweede wanneer hij in naam en voor rekening van zijn cliënt optreedt bij een financiële of vastgoedtransactie. De balies noemen als voorbeelden de overdracht van activa of aandelen, de oprichting van vennootschappen, aandeelhoudersovereenkomsten, statutenwijzigingen, en het ondertekenen van een dading of akte met een bijzondere volmacht.

Procedures, verdediging en het bepalen van de rechtspositie van de cliënt zijn geen activiteiten van het 28°. Gerechtelijke mandaten evenmin: de curator, de voorlopig bewindvoerder of de vereffenaar staat geen cliënt bij en vertegenwoordigt er geen. Hij antwoordt wel rechtstreeks op vragen van de CFI op grond van art. 81.

Advies, procedure en beroepsgeheim

In een dossier van het 28° houdt de wet rekening met de rol van raadsman en verdediger. Voor informatie die de advocaat ontvangt bij het bepalen van de rechtspositie van de cliënt of bij zijn verdediging in een procedure, ook advies om een procedure in te stellen of te vermijden, is hij ontslagen van:

  • de plicht om te weigeren of de relatie te beëindigen wanneer identificatie of waakzaamheid onmogelijk is (art. 33, §2, 34, §4, en 35, §3);
  • de melding van een vermoeden (art. 53);
  • de melding van een afwijking met het UBO-register (art. 74/1);
  • het antwoord op vragen van de CFI over die informatie (art. 81, §3).

Het ontslag vervalt wanneer de advocaat deelneemt aan het witwassen, advies geeft met dat doel of weet dat de cliënt hem met dat doel raadpleegt. Het Grondwettelijk Hof verduidelijkte in zijn arrest 114/2020 van 24 september 2020 dat alleen informatie die buiten het advies en de verdediging bekend is, via de stafhouder bij de CFI mag komen, en dat een verrichting die op advies van de advocaat wordt opgegeven, onder het advies valt. De identificatie en de andere waakzaamheidsmaatregelen blijven altijd gelden.

De individuele risicobeoordeling

De waakzaamheid steunt op een individuele risicobeoordeling van de cliënt en de relatie of verrichting (art. 19). Ze houdt rekening met de algemene beoordeling van het kantoor en met de factoren van de bijlagen bij de wet: de variabelen van bijlage I (doel, bedragen, duur), de factoren van mogelijk lager risico van bijlage II en die van mogelijk hoger risico van bijlage III, waarmee minstens rekening wordt gehouden. Bij een hoog risico zijn versterkte maatregelen verplicht; bij een laag risico zijn vereenvoudigde maatregelen mogelijk, nooit verplicht.

De identificatie is vereist zodra een zakelijke relatie ontstaat, voor een occasionele verrichting van 10.000 € of meer, voor geldovermakingen van meer dan 1.000 €, bij een vermoeden of bij twijfel over de gegevens (art. 21). Ze gebeurt vóór het aangaan van de relatie (art. 30); uitstel kan alleen in beperkte gevallen, bij een laag risico, en vraagt dan verhoogde waakzaamheid tot de verificatie (art. 31 en 37, §1). De gegevens en stukken worden tien jaar bewaard (art. 60).

De verplichte verhoogde waakzaamheid

Drie gevallen maken verhoogde waakzaamheid verplicht, wat de rest van de beoordeling ook toont:

  • Derde landen met een hoog risico (art. 38). Een band van de cliënt, een lasthebber, een uiteindelijke begunstigde of het geld met een land op de lijsten van de Europese Unie of de FATF, of een land dat het kantoor zelf als hoog risico beschouwt. De maatregelen omvatten de oorsprong van de geldmiddelen en het vermogen, de beslissing van een lid van het hoger leidinggevend personeel en verscherpt toezicht. Het artikel geldt voor derde landen: een lidstaat van de EER op een lijst van de FATF, zoals Bulgarije, valt er niet onder.
  • Staten zonder of met lage belastingen (art. 39). Een band met een staat van de lijst vastgesteld ter uitvoering van art. 307, §1/2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, met aandacht voor het witwassen van de opbrengst van ernstige fiscale fraude.
  • Politiek prominente personen (art. 41). De cliënt, een lasthebber of een uiteindelijke begunstigde, hun familieleden en naaste geassocieerden. Belgische functies tellen: bijlage IV noemt onder meer ministers, parlementsleden, raadsheren in het Hof van Cassatie, de hoven van beroep en de arbeidshoven, en ambassadeurs. De maatregelen lopen minstens 12 maanden na het einde van de functie door.

Uiteindelijke begunstigden en UBO-register

Voor een cliënt die een rechtspersoon of juridische constructie is, identificeert de advocaat de uiteindelijke begunstigden, neemt hij redelijke maatregelen om hun identiteit te verifiëren en begrijpt hij de eigendoms- en controlestructuur (art. 23). Voor een vennootschap is het bezit van meer dan 25 % van de aandelen of stemrechten een aanwijzing; anders is het de hoogste leidinggevende. Bij het aangaan van de relatie vraagt hij een bewijs van inschrijving of een uittreksel uit het UBO-register, zonder er uitsluitend op te steunen (art. 29). Een afwijking wordt gemeld aan de stafhouder, die ze aan de Thesaurie bezorgt (art. 74/1).

Een vermoeden melden

De advocaat die weet of vermoedt dat geld, een verrichting of een feit verband houdt met witwassen of financiering van terrorisme, meldt dat onmiddellijk aan de stafhouder van zijn Orde, niet aan de CFI (art. 52). De stafhouder gaat na of de wettelijke voorwaarden vervuld zijn en bezorgt de melding zonder filter. Niemand mag de cliënt of een derde meedelen dat een melding gebeurde (art. 55); de cliënt proberen te ontraden is geen mededeling.

De regels van de balies vullen de wet aan. Bij de OVB stopt de advocaat zijn tussenkomst, tenzij de stafhouder hem toestaat verder te gaan (Codex, art. 70), en informeert hij zijn cliënt vóór de start over het antiwitwaskader (art. 71). Bij AVOCATS.BE is de bâtonnier het enige aanspreekpunt van de CFI, beëindigt de advocaat zijn tussenkomst zonder de reden te geven, en meldt de advocaat die zijn cliënt ontraadt niet (Code, art. 4.87 en 4.88).

Wat voor elk dossier geldt

Buiten het 28° gelden sommige regels altijd: geen betaling in contanten boven 3.000 € voor één verrichting of samenhangende verrichtingen (art. 67, §2; OVB Codex, art. 73), de prijs van een vastgoedverkoop alleen per overschrijving of cheque (art. 66, §2), en de financiële sancties van de Europese Unie en de Verenigde Naties, die rechtstreeks in België gelden. De controle van het toepassingsgebied vastleggen bij het openen van elk dossier is een goede praktijk die de OVB aanbeveelt.

Wat er in 2027 verandert

Verordening (EU) 2024/1624 geldt rechtstreeks vanaf 10 juli 2027. Voor de advocaat voegt ze cryptoactiva toe aan de bedoelde verrichtingen, geldt ze voor iedereen wiens hoofdactiviteit fiscaal advies is, legt ze de drempel voor uiteindelijke begunstigden op 25 % of meer, en vraagt ze een bijwerking van de informatie minstens elk jaar voor cliënten met een hoger risico en om de vijf jaar voor de andere. Ze voorziet een bewaring van vijf jaar, terwijl de Belgische wet tien jaar voorziet: de Belgische aanpassingswet is nog niet bekend.

Bronnen

Hulpmodel opgesteld volgens de vermelde bronnen. Na te lezen en aan te passen door de advocaat; het is geen advies en geen garantie dat de regels zijn nageleefd.