De cliënt informeren over het ereloon
Wat de advocaat over zijn ereloon moet meedelen voordat de cliënt zich verbindt, vooral als die cliënt een consument is, en hoe u dat vastlegt in een ereloonovereenkomst en een informatiefiche.
Bijgewerkt op 7 oktober 2026
Ereloonovereenkomst en informatie aan de cliëntOp deze pagina
- Het belangrijkste
- Wat de cliënt vóór de ondertekening moet weten
- Het uurtarief na het arrest C-395/21
- Resultaatsereloon, kosten, gerechtskosten en btw
- Provisies, staten en laattijdige betaling
- Buiten het kantoor of op afstand: de herroeping
- Klachten en betwisting van het ereloon
- Veelgemaakte fouten en open punten
- Bronnen
Het belangrijkste
- De advocaat bepaalt zijn ereloon met bescheidenheid, maar elk beding over het ereloon dat uitsluitend gekoppeld is aan het resultaat, is verboden (art. 446ter Gerechtelijk Wetboek). Een resultaatsereloon is dus alleen toegelaten als aanvulling op een basisereloon.
- Vóór de overeenkomst krijgt elke cliënt de informatie van art. III.74 Wetboek van economisch recht: identiteit van het kantoor, balie, beroepstitel, beroepsaansprakelijkheidsverzekering en haar geografische dekking.
- Een cliënt-consument krijgt daarnaast de prijs inclusief btw of de berekeningswijze (art. VI.2 en VI.4). Bij een uurtarief is een raming van de uren of zijn periodieke staten nodig (HvJ 12 januari 2023, C-395/21).
- Wordt de overeenkomst buiten het kantoor of op afstand gesloten, dan heeft de consument een herroepingsrecht van 14 dagen.
- Juridische tweedelijnsbijstand volgt eigen regels: boek VI en art. III.74 zijn er niet op van toepassing.
Het hulpmiddel ereloonovereenkomst zet die keuzes om in een overeenkomst, een informatiefiche en, waar nodig, een herroepingsformulier.
Wat de cliënt vóór de ondertekening moet weten
Boek VI van het Wetboek van economisch recht is sinds 1 november 2018 van toepassing op advocaten: de wet van 15 april 2018 heeft boek XIV over de vrije beroepen opgeheven. De informatie wordt tijdig vóór de overeenkomst gegeven (art. III.77) en de bewijslast ligt bij het kantoor (art. III.78).
Voor elke cliënt vermeldt art. III.74 onder meer de naam en de rechtsvorm van het kantoor, het adres, de contactgegevens, het ondernemingsnummer, de balie van inschrijving, de beroepstitel, het bestaan van een beding over toepasselijk recht of bevoegde rechter, en de beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar met de geografische dekking. Op verzoek krijgt de cliënt de berekeningswijze van de prijs en de vindplaats van de beroepsregels (art. III.76).
Voor een consument voegt art. VI.2 daaraan toe: de belangrijkste kenmerken van de dienst, de totale prijs inclusief btw of, als die niet vooraf kan worden berekend, de berekeningswijze en de bijkomende kosten, de betalingsvoorwaarden, de klachtenbehandeling en de voorwaarden voor de beëindiging. De OVB heeft in 2024 herziene modelovereenkomsten en informatieformulieren gepubliceerd voor consumenten en niet-consumenten; ze zijn voorbehouden aan de leden. De OVB benadrukte in januari 2023 dat een loutere vermelding van het uurtarief niet volstaat.
Het uurtarief na het arrest C-395/21
Het Hof van Justitie oordeelde dat een beding dat het ereloon per uur vastlegt, het eigenlijke voorwerp van de overeenkomst betreft. Het is alleen duidelijk en begrijpelijk als de consument vóór de overeenkomst kreeg wat nodig is om de economische gevolgen in te schatten. De advocaat hoeft de eindkosten niet te voorspellen, maar de consument moet de totale kosten bij benadering kunnen ramen: bijvoorbeeld een raming van het verwachte of minimale aantal uren, of de belofte om met redelijke tussenpozen facturen of staten van de gepresteerde uren te bezorgen (punten 43 en 44). Hij moet ook weten welke gebeurtenissen het werk kunnen verlengen.
Het gevolg kan zwaar zijn: kan de overeenkomst niet blijven bestaan zonder het beding en werden de diensten verricht, dan kan de rechter de toestand van de consument herstellen, ook als de advocaat dan geen ereloon ontvangt (punten 58 tot 67). In 2022, vóór dat arrest, oordeelde het Hof van Cassatie dat een tekortkoming aan de precontractuele informatieplicht recht geeft op schadevergoeding (9 september 2022, C.21.0280.N), en dat de advocaat die per uur aanrekent, de uren en de berekening moet bewijzen (C.22.0004.N). Hoe die arresten zich verhouden tot C-395/21, blijft open.
In de praktijk: een raming in uren en in euro inclusief btw, de gebeurtenissen die ze wijzigen, en regelmatige tussentijdse staten. Het hulpmiddel eist een van beide en raadt beide aan.
Resultaatsereloon, kosten, gerechtskosten en btw
- Resultaatsereloon. Het vult een basisereloon aan dat verschuldigd blijft, wat de uitkomst ook is. Geen enkele tekst bepaalt vanaf wanneer een te laag basisereloon het beding uitsluitend aan het resultaat koppelt. Bereken de provisies op het basisereloon.
- Kantoorkosten. Correspondentie, telefoon, kopieën, verplaatsingen: tegen werkelijke kostprijs, tegen eenheidsprijzen of forfaitair. Ze volgen de btw van het ereloon.
- Gerechtskosten en voorschotten. Bedragen die voor de cliënt aan derden worden betaald: griffierechten, gerechtsdeurwaarder, deskundige, vertaler. Ze vallen buiten de btw-maatstaf als de cliënt de wettelijke schuldenaar is, de derde op zijn naam factureerde, en het kantoor het bedrag voor hem voorschoot en tegen het precieze bedrag doorrekent (art. 28, 5°, Btw-Wetboek).
- Btw. Het ereloon is sinds 1 januari 2014 onderworpen aan 21 % btw. Een kantoor onder de vrijstellingsregeling (omzet van het vorige jaar tot € 25.000) rekent geen btw aan. Voor een professionele cliënt in België is de factuur sinds 1 januari 2026 een gestructureerde e-factuur via Peppol.
Provisies, staten en laattijdige betaling
Een provisie is een voorschot op ereloon en kosten, gevraagd volgens de overeengekomen berekeningswijze; het saldo wordt op het einde terugbetaald. Tussentijdse staten zijn periodiek; de eindstaat vermeldt de prestaties, het bereikte resultaat, het ereloon, de kosten en voorschotten, en de bedragen die voor de cliënt werden ontvangen. Derdengelden lopen via de derdenrekening en worden onverwijld doorgestort (art. 446quater Gerechtelijk Wetboek).
Met een consument geldt sinds 1 september 2023 boek XIX van het Wetboek van economisch recht: een kosteloze eerste herinnering, daarna 14 dagen vóór enige interest of vergoeding, en een begrensde forfaitaire vergoeding (€ 20 tot € 150 verschuldigd, daarna € 30 plus 10 %, daarna € 65 plus 5 %, ten hoogste € 2.000). Tussen ondernemingen voorziet de wet van 2 augustus 2002 in interest van rechtswege en een vergoeding van € 40.
Buiten het kantoor of op afstand: de herroeping
Een overeenkomst gesloten bij de cliënt thuis, in het ziekenhuis of in de gevangenis is een overeenkomst buiten de verkoopruimte; een overeenkomst die volledig op afstand binnen een georganiseerd systeem wordt gesloten (online afspraak, webformulier) is een overeenkomst op afstand. In beide gevallen kan de consument binnen 14 dagen na de sluiting herroepen, zonder opgave van redenen. Zonder informatie over dat recht en het formulier loopt de termijn 12 maanden langer (art. VI.48 en VI.68) en is een consument die na de uitvoering herroept mogelijk niets verschuldigd (HvJ 17 mei 2023, C-97/22).
Om binnen de termijn met het werk te beginnen, is een uitdrukkelijk verzoek van de cliënt nodig, buiten de verkoopruimte op een duurzame gegevensdrager, en zijn erkenning dat hij zijn recht verliest zodra de overeenkomst volledig is uitgevoerd (art. VI.46, § 8, en VI.65, § 2). Herroept hij, dan betaalt hij in verhouding tot het verrichte werk. Af en toe sluiten per e-mail, zonder georganiseerd systeem, blijft een grijze zone.
Klachten en betwisting van het ereloon
De overeenkomst vermeldt wie op het kantoor klachten behandelt en hoe het ereloon kan worden betwist. De raad van de Orde kan een ereloon dat de grenzen van een billijke gematigdheid overschrijdt, verminderen (art. 446ter, tweede lid), wat de overeenkomst ook bepaalt (Cass. 24 maart 2016), en die toetsing is van openbare orde (Cass. 9 september 2022, C.21.0346.N). De Vlaamse balies hebben elk hun eigen reglement, bijvoorbeeld voor ereloonarbitrage; de Franstalige Ordes organiseren een verzoening of een advies (Code AVOCATS.BE, art. 5.27 tot 5.30). Een consument kan zich kosteloos wenden tot de Ombudsdienst Consumentengeschillen Advocatuur (OCA) of de ombudsdienst van AVOCATS.BE. De advocaat informeert de cliënt ook over minnelijke oplossingen voor zijn eigen geschil (art. 444, tweede lid). Met een consument wordt arbitrage pas voorgesteld zodra een geschil is ontstaan, niet in een voorafgaand beding.
Veelgemaakte fouten en open punten
- Alleen het uurtarief. Zonder raming of periodieke staten dreigt het beding als niet transparant te worden beschouwd.
- Een prijs exclusief btw voor een consument. De vermelde prijs is de totale prijs inclusief btw (art. VI.4).
- De herroeping vergeten na een huisbezoek. De termijn wordt 12 maanden langer.
- Het dossier inhouden tot betaling. Het dossier wordt onverwijld aan de cliënt of de opvolger afgegeven (Codex OVB, art. 120).
- Open punten. De OVB-modellen (december 2024) zijn voorbehouden aan leden en werden niet gelezen; de Belgische omzetting van de online herroepingsfunctie (richtlijn 2023/2673, van toepassing sinds 19 juni 2026) werd niet nagegaan.
Voor een pro-deo-opdracht, zie het hulpmiddel pro-deo-inkomensgrenzen. Deze gids helpt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de controle van de toepasselijke regel.
Bronnen
- Gerechtelijk Wetboek, art. 444, 446ter en 446quater: refli-spiegel van Justel. Nagegaan op 7 oktober 2026.
- Wetboek van economisch recht, art. III.74 tot III.78, VI.2, VI.4, VI.45 tot VI.73, VI.83 en boek XIX: refli-spiegel van Justel. Nagegaan op 7 oktober 2026.
- HvJ 12 januari 2023, C-395/21; HvJ 17 mei 2023, C-97/22. Nagegaan op 7 oktober 2026.
- Hof van Cassatie, jaarverslag 2022 (arresten van 9 september 2022). Nagegaan op 7 oktober 2026.
- OVB, nieuws van 13 januari 2023 over het uurtarief; Codex Deontologie voor Advocaten; FAQ btw op erelonen van 1 september 2026; OCA. Nagegaan op 7 oktober 2026.
- AVOCATS.BE, Code de déontologie, art. 5.10 en 5.18 tot 5.35. Nagegaan op 7 oktober 2026.
- Wet van 4 mei 2023 tot invoeging van boek XIX. Nagegaan op 7 oktober 2026.
Hulpmodel opgesteld volgens de vermelde bronnen. Na te lezen en aan te passen door de advocaat; het is geen advies en geen garantie dat de regels zijn nageleefd.